In de wirwar aan wetgevingen en afspraken rondom energie en duurzaamheid is het soms lastig te weten wanneer je precies, waaraan moet voldoen. Daarom maakten we een overzicht.
- 2050 – Circulaire economie
Een volledig circulaire Nederlandse economie in 2050, waarbij afval opnieuw wordt gebruikt als grondstof. De woning- en utiliteitsbouw en de grond-,weg en waterbouwsector gebruiken vooral hernieuwbare grondstoffen (Grondstoffenakkoord 2017).
- 2050 – Nederland CO2-neutraal
Energievoorziening Nederland is compleet CO2 neutraal, uitstoot van CO2 (broeikasgassen) is 80-95% minder dan in 1990. (Energieakkoord 2013, klimaatwet 2016).
- 2050 - CO2-arme utiliteitsbouw
De utiliteitsbouw in Nederland moet in 2050 CO2-arm zijn (Klimaatakkoord 2019).
- 2040 – CO2-neutraal maatschappelijk vastgoed
De maatschappelijk vastgoed portefeuille moet in 2040 circulair en energieneutraal zijn, 95 CO2 reductie t.o.v. 1990 (Sectorale tafel gebouwde omgeving 2019, Streven sectorale routekaart).
- 2033 - Laadinfra
Bestaande overheidsgebouwen met >20 parkeervakken moeten aanvullend voor ten minste 50% van de parkeervakken voorbekabeling hebben. (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.87b)
- 2030 – Overheidsaanbestedingen circulair
Vanaf 2030 moeten alle overheidsaanbestedingen circulair zijn (Grondstoffenakkoord 2017 transitieagenda bouw 2018).
- 2030 - 49 % CO2 reductie
Doel: 49 procent minder CO2 uitstoot in Nederland (Klimaatwet 2016 en klimaatakkoord 2019).
- <2030 - CPR
Verplichte rapportage milieueffecten en max. CO2 uitstoot.
- 2030 - GACS II
Vanaf 2030 is een Gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS) verplicht voor niet-residentiële gebouwen met verwarmings- of koelsystemen van 70 kW of meer.
- 2029 - Hernieuwbare energie
Overheidsgebouwen groter dan 750 m² moeten een minimumwaarde zonne-energie of andere hernieuwbare energie opwekken (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.86a). Deze grens lag op 2.000 m².
- 2028 - ESTII Gebouwen
Verplicht rechten kopen voor CO2 uitstoot of dat geld investeren in schonere productiemethoden zodat de CO2-uitstoot blijvend omlaag gaat.
- 2028 - Zero Emission Building (ZEB)
In 2028 moet alle nieuwbouw van publieke instanties ZEB (zero emission building) zijn.
- 2028 - Hernieuwbare energie
Bestaande utiliteitsgebouwen groter dan 500 m² moeten bij vergunningplichtige verbouwing aan dak of technisch bouwsysteem een minimumwaarde hernieuwbare energie opwekken (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.86a).
Overheidsgebouwen groter dan 2.000 m² moeten een minimumwaarde zonne-energie of andere hernieuwbare energie opwekken (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.86a).
Automatische, zonegestuurde lichtregeling met bezettingsdetectie wordt verplicht. Dit geldt niet voor bewoning bestemde gebouwen met verwarmingssystemen, airconditioningsystemen, gecombineerde ruimteverwarmings- en ventilatiesystemen, of gecombineerde airconditioning- en ventilatiesystemen. (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.145, 3.147, 4.160c, 4.160e en Omgevingsregeling)
- 2027 - 1,9% reductie van energiegebruik t.o.v. 2021
De harde bindende energiereductiedoelstelling van 1,9% per jaar geldt vanaf 11 oktober 2027.
- 2027 - Kaderrichtlijn Water (KRW)
Eisen om waterkwaliteit te verhogen met bouwgevolgen.
- 2027 - Laadinfra
Er gaan strengere eisen gelden voor laadinfra van bestaande utiliteitsgebouwen. Minimaal 1 laadpunt per 10 parkeervakken óf leidingdoorvoeren voor ten minste 50% van de vakken. Voor bestaande utiliteitsgebouwen die tussen 28 mei 2022 en 28 mei 2024 zijn gerenoveerd om aan de oude laadpunteis te voldoen, geldt deze aangescherpte eis pas vanaf 1 januari 2029. (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.87b)
- 29 mei 2026 - Fietsparkeerplaatsen
Omgevingsplan moet fietsparkeerplaatsen eisen bij nieuwe utiliteitsgebouwen met 5 of meer autoparkeervakken (Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 5.131b):
- minimaal 15% van gemiddelde gebruikerscapaciteit óf 10% van totale gebruikerscapaciteit
- er moet rekening worden gehouden met grotere fietsen, zoals bakfietsen
- 29 mei 2026 - Potentieel voor zonne-energie
Bij toelaten van nieuwbouw moet rekening worden gehouden met het potentieel voor zonne-energie, zodat zonne-energietechnologieën kosteneffectief kunnen worden geïnstalleerd (Besluit kwaliteit leefomgeving, artikel 5.131a).
- 29 mei 2026 - Energielabel
Voor overheidsgebouwen gold dat zij binnen de geldigheidsduur van het energielabel de aanbevelingen voor zover haalbaar moesten uitvoeren. Deze plicht vervalt. (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.85)
Energielabel nu niet alleen verplicht bij verkoop, verhuur en oplevering, maar ook bij verlenging van een huurovereenkomst of een ingrijpende renovatie. (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 6.27)
Beschermde monumenten zijn niet langer uitgezonderd van de energielabelplicht. Monumentale kantoren blijven wel uitgezonderd van de label-C-plicht. (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 6.28)
Er worden extra gegevens verplicht gesteld aan het energielabel (Omgevingsregeling artikel 5.13a)
Het label moet verplicht bevatten:
- energielabelklasse
- berekend jaarlijks primair fossiel energiegebruik in kWh/m² per jaar
- aandeel hernieuwbare energie
- operationele broeikasgasemissies in kgCO₂/m² per jaar indien beschikbaar
- feitelijke en potentiële bijdrage aan opwarming van de aarde gedurende de levenscyclus indien beschikbaar
- berekend jaarlijks finaal energiegebruik in kWh/m² per jaar
- berekend jaarlijks primair en finaal energiegebruik in kWh
- productie van hernieuwbare energie in kWh
- belangrijkste energiedrager
- belangrijkste type hernieuwbare energiebron
- berekende jaarlijkse energiebehoefte in kWh/m² per jaar
- vermelding of het gebouw kan reageren op externe signalen en energiegebruik kan aanpassen
- vermelding of het verwarmingsdistributiesysteem geschikt is voor lage temperaturen of efficiëntere temperatuurniveaus
- contactgegevens van het Energiehuis
Ook aan de voorpagina van het energielabel worden extra eisen gesteld. (Omgevingsregeling artikel 5.13a). Op de voorpagina moeten staan:
- energielabelklasse
- berekend jaarlijks primair fossiel energiegebruik
- aandeel hernieuwbare energie
- operationele broeikasgasemissies indien beschikbaar
- feitelijke en potentiële bijdrage aan opwarming van de aarde gedurende de levenscyclus indien beschikbaar
De aanbevelingen van een energielabel zijn specifieker uitgewerkt (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 6.29 en Omgevingsregeling artikel 5.13b). Deze moeten gaan over maatregelen bij ingrijpende renovatie van bouwschil of technische bouwsystemen én maatregelen voor individuele onderdelen zonder ingrijpende renovatie. Ze moeten bevatten:
- beoordeling of verwarming, ventilatie, airconditioning en warmwater efficiënter kunnen worden ingesteld
- beoordeling van resterende levensduur van verwarmings- of aircosystemen
- mogelijke alternatieven voor vervanging
- locatiegebonden omstandigheden
- bouwtechnische belemmeringen
- raming van gebouwgebonden energiebesparing
- raming van vermindering van operationele broeikasgasemissies
In verkoop of verhuur advertenties van gebouwen waarvoor al een geldig energielabel is afgegeven moet ook de letter of lettercombinatie van het energielabel vermeld worden (Bbl artikel 6.30). Voorheen was dat niet expliciet geregeld en moest alleen energieprestatie-informatie worden vermeld
Gebouwen van overheidsinstanties die veelvuldig door publiek worden bezocht moeten het label zichtbaar ophangen (Besluit bouwwerken leefomgeving artikel 6.30 en Omgevingsregeling artikel 5.15). Ook niet-woongebouwen met een geldig label moeten het label zichtbaar ophangen. Minimaal zichtbaar: numerieke indicator en letterklasse.
Letterklasse A0 wordt toegevoegd aan het energielabel (Omgevingsregeling artikel 5.11, 5.12, bijlagen IXa en Xa). Nieuwe woningen en utiliteitsgebouwen kunnen A0 op het label krijgen als zij voldoen aan:
- energiebehoefte maximaal BENG 1
- primair fossiel energiegebruik maximaal de nieuwe drempelwaarde
- aandeel hernieuwbare energie minimaal BENG 3
- geen koolstofemissies uit fossiele brandstoffen ter plaatse
Eigenaren krijgen toegang tot het label, geregistreerde gegevens en de uitvoerfile van het rekenprogramma (Omgevingsregeling artikel 5.14). Ook de energieadviseurs krijgen direct toegang via EP-Online tot de rapporten en labels van de gebouwen die zij zélf hebben geregistreerd Voorheen hadden eigenaren alleen toegang tot het label, maar niet tot alle onderliggende rekendata.
Er worden nieuwe versies van NTA 8800, BRL 9500-U, BRL 9500-W en BRL 9501 aangewezen (Omgevingsregeling artikel 5.50 en bijlage II). Restwarmte en restkoude mogen worden meegerekend bij hernieuwbare energie. Voor koelbehoefte in woningen geldt de Rekentool Koelbehoefte NTA 8800 in plaats van bijlage AA.
- 29 mei 2026 - Laadinfra
Bij utiliteitsgebouwen met meer dan 5 parkeervakken: minimaal 1 laadpunt per 5 vakken.
Bij kantoren 1 per 2 vakken. Voorbekabeling voor 50% van de vakken; leidingdoorvoeren voor de rest.
Bij ingrijpende renovatie van utiliteitsgebouwen met meer dan 5 parkeervakken gelden dezelfde eisen als bij nieuwbouw. Deze plicht vervalt pas wanneer de renovatiekosten meer dan 10% van de renovatiekosten bedragen. (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 5.21c)
Alle verplichte laadpunten moeten geschikt zijn voor slim laden (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.87b en 4.160b)
Bevoegd gezag kan via maatwerk eisen dat laadpunten geschikt zijn voor bi-directioneel laden. Bij nieuwbouw kan ook ondersteuning van belasting- of laadbeheersystemen worden geëist (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.87c en 4.160ba).
- 29 mei 2026 - Systemen
- Bij vervanging van een koelgenerator wordt zelfregulerende apparatuur verplicht (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 5.21)
- Eisen voor gecombineerde systemen moesten naar rato worden berekend. Die rekenregel vervalt, omdat moderne systemen afzonderlijke rendementen hebben (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 4.248 en 5.21)
- Periodieke keuringen van verwarmings-, ventilatie- en airconditioningsystemen waren verplicht. Die periodieke keuringsplicht vervalt. Nederland kiest voor een alternatieve aanpak via duurzaam beheer en onderhoud en slimme bemetering (Besluit bouwwerken leefomgeving, paragraaf 6.5.2 en 6.5.4 vervallen & Omgevingsregeling paragraaf 5.1.3 en bijlagen XI/XII vervallen).
- 29 mei 2026 - GACS
- GACS moet vanaf nu ook de binnenluchtkwaliteit kunnen monitoren (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.146, 4.160d en Omgevingsregeling)
- Er zijn vanaf nu uitgebreidere technische eisen GACS (Omgevingsregeling paragraaf 5.1.7)
- voor bestaande utiliteit: energie-analysecomponent klasse B, overige functies klasse C
-
voor nieuwe utiliteitsbouw: GACS klasse B en energie-analysecomponent klasse A
- 2026 - Renovatieplicht
Jaarlijks moet 3% van de totale vloeroppervlakte van verwarmde en/of gekoelde gebouwen groter dan 250 m², van overheidsinstanties worden gerenoveerd tot emissievrij gebouw of ten minste tot bijna-energieneutraal gebouw.
- 2026 - GACS
Vanaf 1 januari 2026 is een Gebouwautomatiserings- en controlesysteem (GACS) verplicht voor niet-residentiële gebouwen met verwarmings- of koelsystemen van 290 kW of meer (Besluit bouwwerken leefomgeving, artikel 3.146, 4.160d en Omgevingsregeling)
- 2025 - 3% renovatieverplichting
Vanaf oktober 2025 moet jaarlijks 3% van het vloeroppervlak van alle gebouwen van publieke instanties naar minimaal BENG-niveau worden gerenoveerd.
- 2025 - 1,9% besparing op finaal energiegebruik
Vanaf oktober 2025 moet Nederland bewijzen dat alle publieke instanties bij elkaar tot 2030 1,9% energiebesparing per jaar realiseren.
- 2025 - MPG-verlaging
Per 1 januari 2025 zal een milieuprestatie-eis ook voor nieuwbouw van schoolgebouwen gelden. Per 1 januari 2030 gaan minimale energieprestatie-eisen gelden waarmee in 25% van de slechtst presterende gebouwen energiebesparende maatregelen genomen moeten worden. Dit geldt ook voor onderwijsgebouwen.
- 2024 - Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD)
Verplichte rapportage over duurzaamheidsinspanningen.
- 2024 - EPBD-IV
EPBD IV geldt als Europese richtlijn en is in Nederland nog niet volledig omgezet in wet- en regelgeving. De hoofddeadline voor de omzetting is 29 mei 2026. De richtlijn wordt voornamelijk omgezet naar regels onder de Omgevingswet
- 2023 – Kantoren energielabel C
Elk kantoor groter dan 100m3 moet vanaf 2023 energielabel C hebben, anders mag deze niet meer verkocht of verhuurd worden (Energieakkoord 2013)
- 2023 – Hernieuwbare energie
16 procent van alle energie in Nederland hernieuwbaar (Energieakkoord 2013)
- 2022: Omgevingswet
In de omgevingswet worden de regels voor ruimtelijke ontwikkeling vereenvoudigd en samengevoegd. Hierdoor is het straks makkelijker om bouwprojecten te starten. Tientallen wetten en honderden regels worden samengevoegd tot één nieuwe wet. De wet treedt in werking op 1 januari 2022.
- 2021 - Warmtevisie gemeenten
Elke gemeente moet in 2021 een transitievisie warmte hebben opgesteld, met daarin het tijdspad waarin wijken worden verduurzaamd (Klimaatakkoord 2019).
- 2021 - Invoering eindnorm utiliteitsbouw
Invoer van nieuwe normering voor utilteitsbouw. Betreft in eerste instantie alleen een wettelijke eindnorm voor de energieprestatie van gebouwen in 2050, ingedeeld in verschillende gebouwcategoriën en uitgedrukt in kWh/m2/jaar (Klimaatakkoord 2019).
- 2021 - Routekaart op portefeuilleniveau
Organisaties worden aangemoedigd om voor 2021 een eerste routekaart op portefeuilleniveau gereed te hebben. Hierin brengen zij in beeld welke maartegelen ze al getroffen hebben en welke ze nog gaan treffen om 49% CO2 reductie in 2030, en een CO2-arme vastgoedportefeuille in 2050 te bewerkstelligen (Klimaatakkoord 2019).
- 2020 - Standaardisatie Routekaart
Voor 1 juni 2020 wordt de wijze van rapporteren via een routekaart op portefeuille niveau gestandaardiseerd (Klimaatakkoord 2019).
- 2020 - BENG
Vanaf 1 januari 2020 moeten vergunningsaanvragen voor alle nieuwbouw, zowel woningbouw als utiliteitsbouw aan eisen voor bijna energieneutrale gebouwen (BENG) voldoen. (Energieakkoord 2013/IBP).
- 2020 – 2,5 petajoule energie besparen
Maatschappelijk vastgoed moet in 2020 2,5 petajoule energie besparen. Voor heel Nederland geldt de doelstelling van100 petajoule. Daarnaast moet 14 procent van alle energie in Nederland hernieuwbaar zijn (Energieakkoord 2013/IBP).
- 2024 – Energiebesparingsplicht en Informatieplicht
Vanaf 1 januari 2024 is de energiebesparingsplicht opgenomen in artikel 5.15 van de omgevingswet. De wet geldt voor inrichtingen die meer dan 50.000 kWh elektriciteit of 25.000 m3 aardgas of een equivalent ervan gebruiken en verplicht bedrijven en instellingen om alle energiebesparende maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder uit te voeren. Vanaf 2027 wordt dit aangescherpt naar een terugverdientijd van 7 jaar.
- 2019 - BENG overheidsgebouwen
Voor de bouw van nieuwe overheidsgebouwen gelden vanaf 1 januari 2019 de BENG (Bijna Energieneutrale Gebouwen) eisen, vanwege de voorbeeldrol. De gebouwen moeten zo worden opgeleverd, dat ze gemakkelijk van het gas af kunnen (Energieakkoord 2013/IBP).
Meer informatie
- Artikel: Nieuwe energierapportage: begin vandaag (Bouwstenen, mei 2026)
- Webinfo: EPBD en EED: wat is nieuw? (Bouwstenen, februari 2026)
- BENG
- Bouwstenen: Route verduurzaming maatschappelijk vastgoed
- Circulaire economie
- Energieakkoord
- Informatieplicht Wet Milieubeheer
- Interbestuurlijk programma (IBP)
- Klimaatakkoord
- Artikel: EU-landen akkoord over verduurzamen gebouwen, maar wel wat later (Accountant.nl)
- Artikel: Impact aangescherpte renovatieverplichting gebouwen van publieke instellingen (Energy.nl)
